Niet zo ingewikkeld doen, niet zoveel vragen stellen, geen problemen zien waar ze niet zijn. Als hoogbegaafde in een organisatie zijn dit opmerkingen die je wellicht wel eens te horen hebt gekregen. De één legt zich erbij neer, doet wat er gevraagd wordt en houdt dit redelijk vol zonder er ziek van te worden. Een ander voelt zichzelf verdwijnen, mist de flow waarin mooie dingen kunnen ontstaan en voelt zich een productiemedewerker die niet half kan laten zien wat hij kan.

Onlangs sprak ik Hans. Hans had al eens eerder de hulp ingeschakeld van een professional om mee te praten. Het advies was, ‘pas je maar aan’. Hans begreep die boodschap als ‘doe niet zo ingewikkeld, stel niet teveel vragen, zie geen problemen waar ze niet zijn, doe net als de anderen’.

Dit advies staat gelijk aan meedelen dat iemand zichzelf maar moet gaan verstoppen, zijn zienswijzen, kennis en inzicht geen plaats hebben in een organisatie en je als mens mag leren je mond te houden. Een onmogelijke opgave. Jouw talenten gaan verstoppen als oplossing voor wat? Zodat de organisatie geen last meer heeft van jouw moeilijke vragen? Zodat jij je beter zult gaan voelen? Of, en nu ben ik even de advocaat van de duivel, jij jezelf zover kwijt raakt dat je vertrekt en het probleem zichzelf zo oplost, althans voor de situatie op de werkvloer. Hans was niet geholpen met dit advies en zo kwam hij bij mij.

Wat dan wel als aanpassen op deze manier niet lukt? Een hb-er en een niet hb-er ervaren anders en leren anders. Denkstappen zijn groot en fricties in een organisatie worden snel gesignaleerd net als mogelijke oplossingen vlot bedacht zijn. Een verschil in waarneming door een verschil in intensiteit en snelheid. Zoals de hb-er zijn waarneming niet kan veranderen, zo kan de niet hb-er dit ook niet, althans, niet zomaar eventjes. Ieder heeft zijn eigen werkelijkheid. Hoe kan Hans hierin zijn plek vinden want hij is de eigenaar van het probleem, voelt zich niet gehoord, gezien, begrepen en miskend.

Hans voelt zich niet begrepen, maar realiseert zich tijdens ons gesprek dat hij de ander ook niet begrijpt. Hij vergeet af te stemmen. Steekt hoog in, heeft hoge verwachtingen en meent dat de ander wel zal snappen wat hij bedoelt. Bewust afstemmen is voor een hb-er in een organisatie van essentieel belang. Waar het voor anderen meer vanzelf gaat, zal de hb-er zich altijd bewust mogen zijn van zijn rijke waarneming en de informatie die deze waarneming in zich heeft. Wil hij het contact met de ander behouden dan zal hij eerst moeten weten waar de ander zich bevindt. Waar zitten raakvlakken en verschillen, waar wil de ander heen, bewegen jullie wel in dezelfde richting of is er verschil in visie en/of snelheid? Verkeerde verwachtingen veroorzaken frictie, ruis op de lijn van de communicatie en Hans realiseert zich dat hij zich ten onrechte slachtoffer heeft gevoeld.

Rekening houden met een ander, zoeken naar verbinding en van daaruit verder bouwen zou ik geen aanpassen willen noemen, maar veel liever afstemmen. Binnen afstemmen kun je jezelf blijven, mogen je talenten en beperkingen er zijn en mag je ook oog hebben voor de talenten en beperkingen van de ander. Aanpassen klinkt als, ‘doe maar net als de rest’. Afstemmen klinkt als ’hoe kunnen we met al onze verschillen optimaal gebruik maken van elkaars kwaliteiten en samen werken aan iets moois’.

Hans ging naar huis, verbaasd over dit nieuwe inzicht, zo was er nog niet eerder naar gekeken. Voor het eerst niet langer machteloos, maar een mogelijkheid verbinding te gaan maken zonder zelf te verdwijnen.

Pas je maar aan? Ik stem liever af!